Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan

Profetisch Woord Tekst, Hans van de Lagemaat

In Zijn eindtijdrede zegt de Heere Jezus: “Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn” (Matt. 24:34). Maar welk geslacht bedoelt de Heere?

Dit geslacht

Over de exegese van het zojuist aangehaalde Schriftgedeelte uit Matthéüs 24:34, bestaat veel verdeeldheid. Het is dan ook niet de bedoeling om hier volledig uitsluitsel over de betekenis van deze tekst te geven, maar we zullen zien of we, met behulp van de context, tot een redelijke uitleg kunnen komen.
Het probleem zit hem, zoals reeds gezegd, in de woorden ‘dit geslacht’. Als we dit onbevooroordeeld lezen, zoals het er staat (en dat geeft meestal het beste resultaat), dan laten we deze woorden slaan op de generatie, het geslacht van Israël dat leefde omstreeks het jaar 30. De Heere geeft namelijk antwoord op de vragen van zijn discipelen: “Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?” (vers 3). In Zijn antwoord noemt Hij een aantal tekenen die aan Zijn komst vooraf zullen gaan. ‘Al deze dingen’ in vers 34, wijzen dan terug naar bijvoorbeeld ‘de gruwel der verwoesting’ (vs. 15), ‘de grote verdrukking’ (vs. 21), ‘valse christussen’ en ‘valse profeten’ (vs. 24), verschijnselen in de hemel, ‘het teken en de komst van de Zoon des mensen’ (vs. 30), en het ‘bijeen vergaderen van de uitverkorenen’ (vs. 31). De Heere eindigt met: “Alzo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn” (vs. 33, 34).

Niet alles vervuld

In vers 33 spreekt de Heere Jezus Zijn directe toehoorders aan met ‘gij’. Er is dus niets vanzelfsprekender dan de uitdrukking ‘dit geslacht’ op de toenmalige generatie te laten slaan. Maar dan zitten we meteen in de problemen. Immers, ‘al deze dingen’ zijn nog helemaal niet geschied. Toen niet en nu nog niet. Sterker nog, er is tot op heden helemaal niets van geschied. Sommigen verwijzen naar de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70. Toen werd er inderdaad een ongekende slachting onder het Joodse volk aangericht, en werden de overigen verstrooid. Onder hen zullen zich velen de woorden van de Heere Jezus hebben herinnerd en gedacht hebben dat zij ‘dit geslacht’ waren. Maar hoe zit het dan met die gruwel der verwoesting van vers 15, waar zo expliciet van wordt gezegd: “die het leest die merke daarop” (vs. 15b)? We kunnen toch ook niet heen om de woordjes ‘terstond na’ en ‘alsdan’ in de verzen 29 en 30. Met andere woorden, we kunnen hier niet de ene gebeurtenis los maken van de andere en er meer dan 1900 jaar tussen plaatsen. Als de verwoesting van Jeruzalem de verdrukking van die dagen was, dan moeten die wonderlijke verschijnselen in de hemel ook al hebben plaatsgevonden evenals de komst van de Heere Jezus. Sommigen zeggen dat deze dingen allemaal zijn gebeurd rond het jaar 70 na Chr. Andere Schriftgedeelten krijgen dan wel een hele geforceerde betekenis. Dat kan de bedoeling niet zijn.

Het hele volk

Hoe komen we dan uit deze moeilijkheid? Een hele aannemelijke verklaring lijkt die van bisschop J.C. Ryle, die de woorden ‘dit geslacht’ op het gehele volk Israël toepast. Hij licht dat toe met het feit dat de Joden tot de wederkomst van Christus altijd een afgescheiden volk zullen blijven. Maar tegelijk schrijft hij erbij dat, hoewel vele oude schrijvers dezelfde visie op deze tekst hadden, de verklaring niet echt sluitend is. Voor de gelovigen van toen was het namelijk helemaal geen vraag of Israël nog een toekomst had. Natuurlijk zou het volk blijven bestaan. Zij waren immers Gods uitverkoren volk. Van vervangingstheologie was toen nog geen sprake.

Voorwaardelijk

Een derde mogelijkheid is om de oorspronkelijke Griekse tekst wat meer mee te laten wegen. Er staat namelijk een woordje dat meestal onvertaald blijft, namelijk ‘an’. In samenhang met de gebruikte werkwoordsvorm geeft dit een mate van onzekerheid aan. Het wordt in een voorwaardelijke zin gebruikt. Hiervan uitgaande, kunnen we zeggen dat die generatie (dit geslacht) van ‘al deze dingen’ getuige had kunnen zijn, mits er aan bepaalde voorwaarden was voldaan. De wederkomst is immers onlosmakelijk verbonden met de bekering van Israël en het aanvaarden van de Heere Jezus als hun Koning. We kennen de droevige houding van ‘dit geslacht’, waarvan de Heere Jezus zegt: “Dit is een boos geslacht; het verzoekt een teken, en het zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, de profeet (…) De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met de mannen van dit geslacht, en zal ze veroordelen (…) De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona; en ziet, meer dan Jona is hier!” (Lukas 11:29-32).
Door hun houding en verwerping van Hem, werden alle gebeurtenissen naar de toekomst verplaatst. Ook dit lijkt misschien een wat geforceerde uitleg, maar naar de tekst niet onmogelijk.

Dit of dat geslacht

Er is nog een mogelijkheid, die tevens de laatst genoemde bevestigt.
Het verschil tussen ‘dit geslacht’ of ‘dat geslacht’ is in het Grieks slechts een kommaatje naar links of een kommaatje naar rechts boven de eerste lettergreep van het woord. Die kommaatjes werden in de allereerste tekst helemaal niet geschreven. Daarin stonden hoegenaamd geen lees- of accenttekens. Latere kopiisten hebben ze er wel in geplaatst, en daarmee tevens hun uitleg van een tekst gegeven. Maar dat hoeft niet de door God gegeven waarheid te zijn.
Als we zouden lezen: “Dat geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn”, kunnen we denken aan dat geslacht (dus in de toekomst), dat het begin van die dingen ziet geschieden. Het geslacht, dat de gruwel der verwoesting zal zien staan in de heilige plaats. Dat geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen zijn geschied. Met andere woorden, al die tekenen vinden niet plaats in een tijdbestek van honderden jaren, maar binnen de periode van één generatie. Dat geslacht zal een geslacht zijn dat de dagen zal kunnen aftellen. Een troostrijke gedachte, want het zullen dagen van grote verdrukking zijn. Zij zullen weten dat de tijd nabij is, voor de deur, als zij al deze dingen zullen zien. Het zal hun kracht geven om vol te houden en vast te houden aan de belijdenis van hun Koning.

Sluiten