Het Wekenfeest (Leviticus 23:15-21)

Feesten en offers Audio, Piet van der Lugt

Het Wekenfeest
Leviticus 23:15-21; Handelingen 2:1:21
Op de vijftigste dag moesten twee broden bewogen worden. Op Pesach (50 dagen eerder) werd een schoof van de eerstelingen bewogen: de Here Jezus Christus was als eersteling van tussen de doden opgestaan. De beweegbroden waren ook eerstelingen nadat de graanoogst was binnengehaald. De beweegbroden wijzen ook op de Here Jezus Christus. Pinksteren is een oogstfeest. Op de pinksterdag was er sprake van twee groepen mensen: joden en jodengenoten d.w.z. heidenen die het joodse geloof hadden aangenomen. Beide groepen behoren tot hetzelfde tarwegraan: de Here Jezus Christus. De beweegbroden waren identiek: in Christus is er geen onderscheid tussen gelovige joden en gelovige heidenen. Er moesten verschillende offers gebracht worden. Die offers (schuld-, zond- en vredeoffer) wijzen op de Here Jezus Christus. Die offers komen terug in de toespraak van Petrus. Er werd een relatie gelegd tussen Pesach (schuld- en zondoffer) en de pinksterdag. Er werd voor elk beweegbrood een lam geofferd. Het offer van de Here Jezus Christus heeft ook vrede gebracht tussen Hem en ons èn tussen gelovigen onderling door de Heilige Geest. We hebben Gods Geest ontvangen om ons te leiden in de waarheid.

Sluiten