Hoe kan een liefdevolle God mensen veroordelen?

Profetisch Woord Tekst, Gábor Locht

Sommige Bijbelteksten kunnen je behoorlijk in verwarring brengen. Je wilt graag geloven dat God goed en rechtvaardig is, maar soms knaagt de twijfel wanneer iemand je lastige teksten voor de voeten werpt.

Wat doe je wanneer je uit een Bijbeltekst lijkt te moeten concluderen dat God níet (altijd) rechtvaardig en liefdevol is? We bespreken een aantal lastige Bijbelteksten – ‘struikelteksten’, die bij sommige mensen zouden kunnen leiden tot twijfel aan Gods goedheid. Ook geven we enkele handreikingen om deze teksten begrijpelijker te maken. Huiveringwekkende Bijbelteksten over oordelen van God kunnen ons in verwarring brengen en laten twijfelen aan Gods goedheid. We kunnen ons zelfs vertwijfeld gaan afvragen of het veroordelen van mensen wel bij een God van liefde past. Toch sluiten liefhebben en oordelen elkaar niet uit. Sterker nog: een God die niet zou oordelen, is geen liefhebbende God. In dit artikel zal ik op de vraag ingaan waarom een God die liefheeft wel moét oordelen.

Een God van liefde én van oordeel

God is oneindig in Zijn liefde. Hij is genadig en barmhartig, maar Hij is ook een God Die het kwaad bestraft. Hij zal mensen veroordelen voor het kwaad dat zij hebben gedaan en waar zij geen berouw over hebben. God is een God van liefde, maar volgens de Bijbel óók heel nadrukkelijk een God van oordeel (zie bijvoorbeeld Exod. 34:6-7; Hebr. 10:28-31; Opb. 20:11-15). Dat laatste kan ongemakkelijk aanvoelen en je misschien zelfs doen twijfelen aan Gods goedheid. Oordeel klinkt in onze oren als onderdrukking, als het tegengestelde van liefde en wij vinden het daarom moeilijk te verkroppen dat  een God van liefde óók oordeelt. Zou de meest liefdevolle God die denkbaar is niet een God moeten zijn die alles toelaat, alles goed vindt en alles met ‘de mantel der liefde bedekt’? Zou Hij niet als een soort moderne Sinterklaas moeten zijn, die kinderen nooit meer de roe geeft, maar alleen nog cadeautjes?

Geen Sinterklaas

Vroeger werden kinderen nog wel eens bang gemaakt voor Sinterklaas. Hij kon je cadeautjes geven als je lief was, maar stoute kinderen zouden kunnen worden meegenomen naar Spanje. Tegenwoordig is Sinterklaas een stuk minder streng geworden. Hij houdt van alle kinderen en zelfs de stoutste kinderen kunnen cadeautjes verwachten. Sinterklaas ziet alles door de vingers. Hij is lief, vergoelijkt alles en geeft nooit meer straf: hij is een echte goedzak. Voor sommige mensen is zo’n Sinterklaas het ideaalbeeld van hoe God zou moeten zijn. ‘God is liefde’ is een populaire Bijbeltekst (1 Joh. 4:8) en daaruit concludeert men dan graag, dat God dus  ook nooit zou oordelen. Oordelen associëren we immers met repressie en onderdrukking, met inperking en elkaar geen ruimte geven. Nee, als God een God van liefde is, dan zou Hij alles goedvinden en nooit dreigen met straf …

Een God van liefde oordeelt

Maar God afschilderen als Iemand die alles goedvindt en nooit oordeelt, is kortzichtig. Als God een soort Sinterklaas zou zijn, zou Hij namelijk helemaal geen God van liefde zijn. Een God die nooit zou oordelen is een liefdeloze God. Een God van liefde komt namelijk op voor zwakken, voor mensen die onrechtvaardig behandeld zijn en voor wie leed wordt aangedaan. Hij springt in de bres voor mensen die hulp nodig hebben. Hij offert Zichzelf op. Hij helpt de hulpeloze; verlicht het lijden en zal de tranen afwissen. Dát is liefde. Maar denk je eens in dat lijdende mensen bij een ‘God met Sinterklaasliefde’ zouden aankloppen. Stel dat een meisje dat verkracht is aan zo’n God vraagt om voor haar op te komen. Stel dat een kind dat onder incest lijdt aan zo’n God vraagt om recht. Een ‘God met Sinterklaasliefde’ zou dan zeggen: ‘Nou jôh, ik veroordeel niemand. Laten we alles met de mantel der liefde bedekken … En van die incest - het beste is: zand er over …’ Zou dat een God van liefde zijn? Zeker niet! Want een God die nooit zou oordelen, kiest daarmee voor de daders en is liefdeloos naar de slachtoffers.  Liefde kan niet zonder rechtvaardigheid en rechtvaardigheid kan niet zonder het veroordelen van onrechtvaardigheid. Een God van liefde moét daarom wel oordelen.

Gods oordeel voorkomt menselijke wraak

De theoloog Miroslav Volf, die de oorlog in voormalig Joegoslavië heeft meegemaakt, gaat zelfs een stap verder. Hij zegt dat het geloof in een rechtvaardig oordelende God noodzakelijk is om te voorkomen dat mensen zichzelf wreken. Waarom zou je níet zelf het recht in eigen hand nemen als er niemand is die voor je opkomt? Waarom zou je géén wraak nemen als iemand jou kwaad heeft berokkend? Waarom zou je niet terugslaan als iemand jou (of je familie) heeft geslagen? Een antwoord als: ‘Dat is niet beschaafd’ of ‘Het zou een chaos worden als iedereen dat zou doen’ klinkt toch tamelijk hol als je familie is uitgeroeid of als je lijdt onder seksueel misbruik. Voor mensen die worstelen met lijden dat anderen hen aandoen, is het een troostrijke gedachte dat er een God is Die de daders zál veroordelen, ook als het onmogelijk is om ze voor een menselijke rechter te brengen. Het geloof in een God Die weet heeft van al het onrecht en iedereen ter verantwoording zal roepen, geeft de moed om zelf af te zien van wraak en geweld af te zweren (zie Rom. 12:19; 1 Pet. 2:23). Een Sinterklaasachtige God zou hen juist tot wanhoop drijven. Volf zegt: ‘Als God niet  kwaad zou zijn over onrecht en bedrog, als Hij geen  einde zou maken aan geweld, zou Hij geen aanbidding waardig zijn’.1

Waarom veroordeelt God 'goede' dingen?

Een God van liefde móet een God zijn die ook mensen veroordeelt. Liefde en oordeel moeten wel samengaan in deze wereld van onrecht. Maar misschien zit het bezwaar tegen Gods oordeel niet zozeer in het feit dát Hij oordeelt en veroordeelt, maar in het feit dat Hij soms ándere dingen veroordeelt dan we zouden wensen. Zolang God dingen veroordeelt die wij ook slecht vinden (zoals incest, moord en verkrachting) hebben we weinig moeite met een veroordelende God. Zodra echter iets door Hem afgekeurd wordt wat in onze cultuur heel gewoon en goed, of niet zo heel slecht gevonden wordt (zoals seks buiten het huwelijk of echtbreuk), dan kunnen mensen gaan twijfelen of Zijn oordeel wel goed is. Die twijfel verraadt echter een nogal aanmatigend standpunt, want eigenlijk zeggen we daarmee dat onze culturele waarden en normen van dit moment de enig juiste zijn (‘God moet wel goed vinden wat wij normaal vinden’). Onze huidige culturele opvattingen vormen dan de norm. En iedereen, zelfs God, zou daar ‘dus’ mee moeten instemmen. Als er echter íets veranderlijk is, dan zijn het wel culturele opvattingen. Dat blijkt wel uit het volgende voorbeeld. In 1979 werd er een petitie ingediend bij de Eerste en Tweede Kamer, om de seksuele contacten van pedofielen met minderjarigen zo veel mogelijk uit het strafrecht te halen. Zolang de minderjarige de contacten wilde, zouden pedofielen niet bestraft mogen worden. Een dergelijke petitie zou nu (slechts 36 jaar later!) ondenkbaar zijn. Daarvoor staan rechtszaken als die tegen Benno L. ons te vers in het geheugen. Toch werd deze petitie in 1979 door een flink aantal politieke partijen en organisaties gesteund.2  Culturele opvattingen veranderen voortdurend! Hoeveel van onze waarden zijn er nu niet anders dan vijftig of honderd jaar geleden? En hoeveel van onze westerse waarden zijn niet heel verschillend van die uit andere culturen? Op grond waarvan zouden we dan kunnen zeggen, dat wat in onze cultuur op dit toevallige moment normaal gevonden wordt, ook altijd juist zou moeten zijn? Het zou toch bijzonder vreemd zijn als God, Die eeuwig en boven alle menselijke wijsheid verheven is, exact dezelfde waarden en normen zou hanteren als die in onze westerse cultuur uit de 21e  eeuw gewoon gevonden worden? Een God die exact hetzelfde goed- en afkeurt als wat wij zelf ook al goed- en afkeurden, zou waarschijnlijk een door ons verzonnen god zijn. Maar het is níet vreemd dat de mening van een werkelijk bestaande eeuwige God, Die wijzer is dan de meest wijze mens, soms wringt met wat mensen op een heel specifieke tijd en plaats in de wereld normaal vinden. Tim Keller schrijft: ‘Als het christendom waar is, zou het op bepaalde punten aanstootgevend moéten zijn en je denken op bepaalde punten moéten corrigeren’.3  God is liefde en daarom moét Hij onrecht wel veroordelen. Dat doet Hij langs maatstaven die soms wringen met de normen in onze cultuur. Dat vinden wij niet altijd gemakkelijk, maar het is wel begrijpelijk.

1. Miroslav Volf, geciteerd in Keller, dr. T., In alle redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici, Van Wijnen, Franeker, 2009, pag. 91. 2. Het gaat om ‘Petitie inzake leeftijdsgrenzen in de zedelijkheidswetgeving’. Ze werd onder meer gesteund door de PvdA, D’66, D.S.’70, de PPR en door organisaties als de Algemene Bond van Onderwijzend Personeel en de Protestants Christelijke Onderwijsvakorganisatie. 3. Keller, a.w., pag. 89. Het citaat van Keller is afkomstig uit een discussie over het bestaan van de hel.

Sluiten