Sefarad: thuisland van Sefardische Joden

Achtergronden | Jodendom Tekst, Annechiena van Veen-Vrolijk

Sefarad is in het Jodendom de algemeen erkende aanduiding voor Spanje. We treffen deze geografische naam aan bij de profeet Obadja (vs. 20b) met betrekking tot een plaats waar ballingen uit Jeruzalem zich zouden vestigen en van daaruit zuidelijke steden bezitten1. Maar wat leert de geschiedenis ons nog meer?

De Joden in Sefarad

Volgens de Joodse traditie wordt met Sefarad Spanje bedoeld. Deze opvatting treffen wij aan bij het merendeel van de Joodse vertalers en exegeten. Voor zover bekend, was de eerste die ‘Sefarad’ met ‘Spanje’ vertaalde een leerling van de bekende geleerde Hillel (1e eeuw na Chr.), genaamd Jonathan ben Uziel. Vanaf dat moment is deze vertaling - op grond van de desbetreffende traditie - als de enige juiste beschouwd2. Deze opvatting werd ook door grote en gezaghebbende geleerden als Rashi gedeeld. Voor de middeleeuwse Jood leed het dan ook geen enkele twijfel dat Sefarad de Bijbelse naam voor hun geliefde thuisland Spanje was. Zo is Sefarad de algemeen erkende en gebruikte benaming voor Spanje geworden. 

Sefardim

Uitgaande van de naam Sefarad worden de Joden die zich in de loop der eeuwen in Spanje vestigden aangeduid als Sefardische Joden of - op Hebreeuwse wijze – Sefardim3.
De Sefardim hebben in bepaalde opzichten een iets andere geschiedenis dan die van de overige Joden die zich na 70 na Chr. op vele plaatsen verspreid hebben. Doordat Joden al in zeer vroege tijden in Spanje woonden, hebben zij Sefarad altijd als hun oorspronkelijke vaderland beschouwd. De Sefardim horen thuis in Sefarad en daarom spreken zij over de Sefardische Diaspora die in 1492 begon, toen alle Joden op de meest gruwelijke wijze uit Spanje en korte tijd daarna ook uit Portugal werden verdreven.

De Romeinse tijd

Over de aller vroegste periode van Joodse aanwezigheid in Spanje bestaan een aantal onzekerheden. Er wordt wel aangevoerd dat al in Bijbelse tijd Joden in Spanje arriveerden met Salomo’s beroemde Tarsisvloot (1 Kon. 10:22), maar deze aanname kan niet goed worden onderbouwd4. Wel kan met grote mate van zekerheid worden aangenomen dat er reeds in het begin van de Romeinse tijd een Joodse gemeenschap in Spanje bestond. Deze was hoogstwaarschijnlijk ontstaan na de gruwelen van 70 na Chr., naar aanleiding waarvan veel Joden zich verspreidden langs de Middellandse Zee kust, en anderzijds vanwege de verdrijving van de Joden uit Palestina op last van Hadrianus, als straf voor de Joodse opstand van Bar Kochba, 132-135 na Chr. Een teken van vroege Joodse bewoning in Spanje is ondermeer een grafsteen van een Joods meisje, gevonden in de oorspronkelijk Fenicische stad Abdera (Adra), uit eind 2e, begin 3e eeuw na Chr.5 Dat er in deze tijd al Joodse kolonies in Spanje bestonden, blijkt ook uit verschillende literaire bronnen.

De tijd van de Westgoten in Spanje

Veel gegevens verstrekken ons een indruk van het Joodse leven in Spanje tijdens de overheersing van de Westgoten6. In deze periode ontstond er felle strijd tussen Joden en christenen. Zo schreef Severo, bisschop van Mallorca, in een brief uit het jaar 418 over gedwongen ‘bekeringen’ van Joden in Menorca. Op aandringen van de bisschop werd in Mahón (of Magona) gewelddadig opgetreden tegen de Joodse bevolking. Er ontstonden straatgevechten tussen Joden en christenen, waarbij een synagoge werd verbrand en zeer veel Joden als martelaren omkwamen. In het eerste wetboek van de Westgoten, Lex Romana Visigothorum uit het jaar 506, werd bepaald dat Joden buiten openbare ambten werden gesloten, met christenen moesten huwen, geen nieuwe synagogen mochten bouwen en dat afvallige Joden vervolgd moesten worden7. Tijdens het Concilie te Toledo in 694 werden veel (valse) politieke beschuldigingen tegen Joden ingebracht. Het decreet van dit Concilie is het laatste van de bekende documenten die aantonen, dat er ten tijde van de Westgoten in Spanje veel strijd tussen Joden en christenen bestond. Het was een zware tijd van vervolgingen door de ‘christelijke kerk’ en wrede onderdrukkingen tegen de Sefardim. En dit in hun oude vaderland ‘Sefarad’!

Mohammedaanse overheersing in Spanje

De overheersing van de Goten eindigt in 711 wanneer Arabieren (Moren/Mohammedanen) bij Gibraltar het Iberische schiereiland binnendringen. Hoofd van het Arabische leger was Tarik. Enige tijd daarna - in 762 - stichtte de bekende Abdal Rhaman in Córdoba het westers kalifaat. Deze Arabische overheersing in Spanje duurde tot de tijd van de Reconquista (herovering), ingezet eind 12e eeuw en voltooid in de 13e eeuw onder Fernando III en Alfonso X (1252-1284). Veel beschikbare literaire bronnen verschaffen ons overvloedige informatie over het leven van de Sefardim tijdens de Mohammedaanse overheersing8. Hieruit blijkt dat er tijden waren waarin de Sefardische gemeenschap tot bloei kon komen. In bepaalde perioden van de overheersing van de Moren in Spanje, hadden de Joden vaak een belangrijke positie op uiteenlopende gebieden, hetgeen weer een voorname rol heeft gespeeld in de geschiedenis en culturele ontwikkeling van de Sefardim. Belangrijke Sefardische centra waren er in: Córdoba, Sevilla, Toledo, Granada, Málaga, Lucena, Tarragona. In deze steden bevonden zich de aljamas (aljama = Joodse gemeenschap), de academias (studiecentra) en de juderías (judería = Joodse woonwijk).
Vooral in Andalucía, in het Arabisch bekend als Al-Andalus, genoten de Joden een gunstige situatie. In deze periode ontwikkelde zich de ‘Gouden Eeuw’ van het Sefardische Jodendom, die grote geleerden voortbracht als Hasday Ibn Shaprut, de dichter Mozes Ibn Ezra, de bekende filosofen Salomo Ibn Gabirol en Judah Halevi en de beroemde arts, filosoof en wetgeleerde Maimonides.

De uitdrijving in 1492

De Spaanse Inquisitie in ‘christelijk’ Spanje verstoorde echter deze ontwikkeling. Veel Joden vonden de dood op brandstapels en pijnbanken, tot het uiteindelijke decreet van hun definitieve uitdrijving in 1492. Vijftien eeuwen ononderbroken Sefardisch Jodendom in Spanje kwamen wreed ten einde. De Sefardim lieten niet alleen veel - met name culturele en wetenschappelijke - sporen achter in hun Sefarad, maar vooral ook hun hart. Hun Sefardische gebruiken, taal en Bijbelvertaling(en) namen ze mee in hun verstrooiing. Gedurende de volgende eeuwen van de Sefardische Diaspora bleef men Spanje gedenken en bezingen … 

Voetnoten:
1. De Aramese vertaling (Targum Jonathan) vertaalde ‘Sefarad’ met ‘Ispamia’ (of Spamia); de Syrische vertaling (Peshitta) geeft het weer met ‘Ispania’, ofwel: Spanje.
2. Wetenschappelijk gezien kan een aantal argumenten tegen deze traditie en identificatie worden aangevoerd. Het algemene gebruik van ‘Sefarad’ m.b.t. Spanje blijft hiermee onveranderd.
3. Dit is de meervoudsvorm van ‘Sefardi’ (Sefardiet). Een veelvoorkomende misvatting is dat alle niet-Ashkenazische Joden worden aangeduid als ‘Sefardim’.
4. De plaatsnaam Tarsis die voorkomt in het verslag van Salomo’s zee-expeditie zou mogelijk geïdentificeerd kunnen worden met ‘Tartessos’ in zuid Spanje (vgl. Jona 1:3). De historiciteit van Salomo’s ‘Tarsisvloot’ valt niet te betwijfelen, maar bedoelde identificatie is geenszins zeker.
5. F. Cantera, J.M. Millás, Las inscripciones hebraicas de España, Madrid, 1956, p. 405, 6. Inhoud: ... NIA SALO ... NULA AN I MENS IIII DIE I IUDAEA; [An]nia salo[mo]nula an(norum) I mens[um] IIII, die(rum) I, iudaea (= Annia Solomonula, 1 jaar, 4 maanden, 1 dag, Joodse). Cf. Juan de Mariana, Historia general de España, Valencia, 1783, vol. I, p. 33.
6. Goten: Een Germaans volk dat vanuit Zuid-Scandinavië naar Europa trok waar zij in 214 na Chr. met de Romeinen in botsing kwamen.
7. Vid. Y. Baer, Historia de los Judíos en la España Cristiana, vol. I, Madrid, 1981, p. 12-17.
8. Vid. onder meer het standaardwerk van Eliyahu Ashtor, The Jews of Moslem Spain, 2 vols. Philadelphia, 1973. Max L. Margolis & A. Marz, A History of the Jewish people, cap. 38, 45-47.

Sluiten