Tisja Be’Av

Feesten en offers Tekst, Hans van de Lagemaat

Ieder jaar gedenkt de Joodse gemeenschap Tisja Be’Av, wat betekent: ‘de negende dag van de maand Av’. In de Joodse godsdienst is het een dag van vasten en diepe rouw.

Waarom nationale rouw?

Wat is er gebeurd, dat deze dag een dag van nationale rouw is geworden? In de Bijbel zoeken we tevergeefs naar het antwoord. Tisja Be’Av vinden we er niet in terug, tenzij dat het is in Zacharia 8:19, waar we zo op terugkomen.

Volgens Joodse geleerden vonden zeven tragische gebeurtenissen op deze dag plaats:

  1. De zonde van de verspieders en de ernstige gevolgen daarvan (Num. 13 en 14);
  2. De verwoesting van de eerste tempel (door de Babyloniërs onder aanvoering van Nebukadnezar);
  3. De verwoesting van de tweede tempel door de Romeinen, onder aanvoering van de veldheer Titus;
  4. De val van de laatste vesting (Betar) die stand hield tegen de Romeinen, gedurende de opstand van Bar Kochba, in het jaar 135, dat het lot van het Joodse volk bezegelde;
  5. De omploeging van het tempelterrein, een jaar na de val van Betar;
  6. De laatste dag van de verbanning van alle Joden uit Spanje door koning Ferdinand;
  7. Het begin van de eerste wereldoorlog.

Hoogtepunt van rouw

Tisja Be’Av is allereerst bedoeld als gedenkdag van de verwoesting van de twee tempels.
Het is het hoogtepunt van de voorafgaande drie weken van rouw. Deze periode begint met een vasten op de zeventiende van de maand Tammuz, de dag waarop de val van Jeruzalem wordt herdacht. In de drie weken tussen de zeventiende Tammuz en de negende Av gelden allerlei regels om de rouw tot uitdrukking te brengen. Er worden bijvoorbeeld geen festiviteiten georganiseerd en huwelijken gesloten. Ook het kopen en dragen van nieuwe kleren is in die periode niet toegestaan.
Op Tisja Be’Av gelden ongeveer dezelfde ge- en verboden als op de Grote Verzoendag. Niet eten en drinken – zelfs geen water – niet wassen, baden, scheren, geen cosmetica dragen; zelfs geen studie van de Torah, want die geeft vreugde in het hart, en dat mag niet. Er wordt niet gelachen of onnodig gepraat. Als men zit, is dat op de grond of op lage stoelen. Gepaste Schriftlezingen voor deze dag komen natuurlijk uit het boek Klaagliederen van Jeremia. Ook sommige gedeeltes uit Job en Jeremia worden wel gelezen. Kortom, het is alles rouw en verdriet.

Een ingrijpende gebeurtenis

We moeten dan ook niet te licht denken over de plaats die de tempel in het Joodse leven in heeft genomen. De tempel was het hart van de Joodse Godsdienst. Denk aan de priesterdienst, de offerandes en dergelijke. Hier woonde God, en hier ontmoette het volk hun God. Kijk er eens met andere ogen naar. Wat is onze Godsdienst zonder Christus? (Christus is immers het Tegenbeeld van de tempel; Hij is de ware Tempel, Gods woonplaats.) Er blijft dan toch niets meer van over? Welk een leegte zonder Hem. Zo moet ongeveer het Joodse gemoed aanvoelen bij het bedenken van de verwoesting van de tempel. 

Van rouw tot vreugde

Toch is het niet alleen somberheid. Er gloort licht, ook op dit soort zwarte dagen. Het is niet voor niets dat juist de zaterdag na Tisja Be’Av Sabbat Nachamoe wordt genoemd: 'troost sabbat'. De Schriftlezing op deze sabbat is Jesaja 40. En hoe heilzaam klinken de eerste woorden van dat hoofdstuk na het diepe verdriet: “Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden” (vs. 1, 2).
En ook de woorden van Zacharia 8:19 zijn een ware Israëliet niet onbekend. En juist op Tisja Be’Av zullen die woorden meer gaan spreken: “Zo zegt de HEERE van de legermachten: Het vasten in de vierde, het vasten in de vijfde, het vasten in de zevende en het vasten in de tiende maand, zal voor het huis van Juda worden tot vreugde, tot blijdschap en tot vreugdevolle feestdagen. Heb dan de waarheid en de vrede lief!”. De vastendagen zullen veranderen in dagen van grote vreugde. En waarom? Het antwoord staat in hetzelfde hoofdstuk.
“In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de heidenvolken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is" (vers 23). Dat is de bron van alle vreugde. God met u. Parallel met deze tekst loopt Jesaja 2, dat begint met een profetie over het huis des HEEREN: “Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen” (Jes. 2:2, 3).

Er zal een nieuwe tempel zijn, een nieuw huis des HEEREN. En daarom zal Jeruzalem genoemd worden: JHWH shamma, de HEERE is aldaar (Ezech. 48:35). Zacharia profeteerde er ook van. “Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT – zal uit Zijn plaats opkomen, en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen. Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen, Híj zal met majesteit bekleed zijn, Hij zal zitten en heersen op Zijn troon” (Zach. 6:12,13). Dan en daarom zullen de dagen van rouw veranderen in dagen van vreugde. De Messias, Israëls Verlosser is aldaar. 

Sluiten