De Charediem (dl.5) - De Mitnagdiem

Achtergronden | Jodendom Tekst, Pieter A. Siebesma

De meeste mensen denken bij ultraorthodoxe Joden vooral aan de diverse chassidische groeperingen. Chassidische Joden zijn goed herkenbaar aan hun kleding, hun bontmutsen en aan de pijpenkrullen aan de zijkanten van hun hoofden. De laatste jaren zijn veel studies gewijd aan deze in onze ogen exotische groepen. Maar wat maar weinigen zich realiseren, is dat een zeer grote groep van ultraorthodoxe Joden niet tot de chassiediem behoort.

Volgens sommigen gaat het hier om bijna de helft van het totale aantal charedische (ofwel ultraorthodoxe, red.) Joden. Hiertoe behoren groepen Sefardische Joden (oorspronkelijk afkomstig uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika), maar de grootste groep zijn de zogenaamde Mitnagdiem. Ze staan bekend onder verschillende namen. Omdat het woord ‘Mitnagdiem’ (Hebr.: tegenstanders, nl. die van het chassidisme) zo’n negatieve lading heeft, worden ze vandaag de dag liever Litvaks (letterlijk: Litouwse Joden) of ‘jesjivische’ Joden genoemd. Reden genoeg om in dit artikel bij deze groep stil te staan.

Ultraorthodox

Zoals gezegd zijn, anders dan bij de chassidische Joden, de mannen van deze stroming niet te herkennen aan hun kledij. Weliswaar dragen ze net als veel orthodoxe Joden zwarte pakken en witte overhemden, maar geen speciale jassen en bontmutsen en ze hebben evenmin pijpenkrullen. Toch zijn ze wel ultraorthodox. Ze volgen het principe na van de Chatam Sofeer (een belangrijke rabbijn uit de negentiende eeuw) dat iedere verandering verboden is. Zo krijgen de jongens op de jesjiewot (Talmoedscholen, red.) geen seculier onderwijs. Huwelijken worden gearrangeerd door de ouders of door de rabbijnen. Thuis wordt Jiddisch gesproken, en hooguit buitenshuis Engels of Ivriet. Ze leven sterk geïsoleerd van de niet-Joodse buitenwereld. Vandaar dat je hen vooral aantreft in steden of gebieden waar een grote Joodse populatie is, zoals in Israël, New York (Brooklyn) en andere grote steden in Amerika, Engeland (Londen) en Zuid-Afrika. Aan het begin van de twintigste eeuw zijn zeer veel Joden uit Litouwen naar Zuid-Afrika gemigreerd.

Kenmerkend is dat ze - meer dan de chassiediem – nadruk leggen op de studie van de Talmoed en van andere Joodse geschriften. Men is niet principieel tegen de bestudering van de kabbala, maar het is minder belangrijk dan bij de chassiediem. Ook wijzen ze de popularisering van de kabbala door de chassidische Joden af. De rationele benadering van de Talmoed staat centraal en ze moeten dan ook niets hebben van de chassidische mystiek en hun nadruk op de emotie. Dat doet immers afbreuk aan de studie van de wet en van de Talmoed.

De Gaon van Vilna

In de 18e eeuw was Vilna (nu: Vilnius, de hoofdstad van Litouwen) een van de belangrijkste Joodse centra in Oost-Europa. Ze stond bekend als het Jeruzalem van Litouwen. Deze faam kwam vooral dankzij een van de beroemdste geestelijke leiders uit de 18e eeuw: Elija ben Salomon Zalman. Ook wel bekend onder de naam de Gaon van Vilna (1720-1797). Hij was niet alleen een zeer intelligente man, maar ook iemand met een ijzeren wil en een sterke politieke leider die erin slaagde vele volgelingen te beïnvloeden. Op zesjarige leeftijd zou hij al voor het eerst in een synagoge hebben gepreekt en de moeilijke vragen daarover van de rabbijnen probleemloos hebben beantwoord. Hij had maar twee uur slaap per nacht nodig en het verhaal gaat dat hij ’s winters in een onverwarmde kamer de Talmoed bestudeerde en daarbij met zijn blote voeten in een bak met koud water zat om niet in slaap te vallen. Nog steeds is het bij deze groepering niet ongewoon om nachten door te studeren en de slaap maar over te slaan. Vanaf zijn veertigste stopte hij met uitsluitend studeren en begon hij ook onderwijs te geven. Hij kreeg niet alleen veel volgelingen, maar onder zijn leiding werd Vilna ook een belangrijk centrum van waaruit oppositie werd gevoerd tegen het chassidisme. Hij vaardigde een ban uit tegen de aanhangers van het chassidisme en zond overal afgezanten naartoe om te waarschuwen tegen deze - in zijn ogen - ketterse beweging. Zelfs werden er in Vilna publieke boekverbrandingen georganiseerd, waarbij chassidische werken werden verbrand.

Studie

Zalmans manier van studeren beïnvloedde vele volgelingen. Hij ging uit van het principe dat de Thora eeuwig was, en alle waarheden en kennis bevatte die er zijn en ooit waren geweest. Kritiek op de Thora was dan ook uit den boze. De bestudering van de Thora en van de mondelinge overlevering, zoals vastgelegd in de Talmoed, was het belangrijkste. Niet dat hij tegen studie van de kabbala en van seculiere wetenschappen was, zolang het maar sterk ondergeschikt bleef aan de studie van Thora en Talmoed. Zalman voerde een aantal veranderingen door in de wijze van studeren. Ook meisjes mochten van hem de Bijbel bestuderen, maar dan vooral het boek Spreuken, om daar praktische wijsheid uit op te doen.

Zijn leerling rabbi Chajim van Volozin (1749-1821), een stadje in Wit-Rusland, stichtte de eerste jesjiewa, waar de onderwijsmethoden van de Gaon van Vilna in praktijk werden gebracht. Wat vooral nieuw was, was dat de studenten er intern gingen wonen, er hun maaltijden ontvingen en zo afgezonderd konden studeren. Voor die tijd studeerden de mannen vooral thuis of in de synagoge. Men volgde geen vast leerplan, maar studeerde zoals men zelf wilde. Zo ontstond de gewoonte dat jongens, na hun bar mitsva, het ouderlijk huis verlieten om in een jesjiewa te gaan wonen, totdat ze trouwden. De Jesjiewa van Volozin werd hierdoor de moeder van alle (zowel orthodoxe als ultraorthodoxe) jesjiewot die er vandaag de dag zijn.

Dat zo’n ‘Litvakse’ jesjiewa toch wel wat anders is dan een christelijke theologische opleiding laat het dagprogramma zien. Van zondag tot donderdag studeert men (afgezien van een half uur ontbijt om negen uur, lunch om half twee en avondeten om zeven uur en de vaste gebedstijden) van zeven uur ‘s ochtends tot heel laat in de avond. Op donderdagavond studeert men langer, namelijk tot een uur ’s nachts of zelfs de hele nacht door tot zonsopgang. Vrijdagochtend is er studie en ook op sabbat wordt een deel van de dag voor studie gebruikt. De lessen worden altijd in het Jiddisch gegeven.

Lees verder in deze serie:

Deel 1: wie zijn de Charediem?

Deel 2: de geschiedenis van de charediem

Deel 3: Lubavitcher-Chabad: de zendelingen van de Rebbe

Deel 4: de dode Chassiediem

Deel 6: de toekomst van de Charediem

Literatuur:

Er is relatief weinig literatuur over de mitnagdiem. Wie meer over de theologische verschillen tussen chassiediem en mitnagdiem wil weten, zie: Alan Nadler, The Faith of the Mitnagdim; Rabbinic Responses to Hasidic Rapture, Baltimore 1999.

Sluiten