Genesis en Openbaring

Profetisch Woord | Overzichtsstudies Tekst, Ton Stier

Als eerste Bijbelboek is Genesis het boek van het begin en is in de Hebreeuwse te vinden onder de naam Beresjit (letterlijk: in begin). In Genesis vinden we dan ook veel beginselen van de grote waarheden van Gods Woord. Waarheden in kiemvorm beschreven, worden in de rest van de Bijbel verder uitgewerkt. Je zou het kunnen vergelijken met de woorden van de Heere Jezus over de groei van gewassen: “Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort: eerst de halm, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar” (Mark. 4:28). Zo zien we in Openbaring als het ware de eerste halm, die door de heilsgeschiedenis heen ‘tot het volle koren in de aar’ uitgroeit. In het volgende overzicht vind je de grote lijnen tussen het begin in het eerste en de voltooiing in het laatste Bijbelboek.

Genesis Openbaring
“In het begin schiep God de hemel en de aarde” (1:1) “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde” (21:1)

“En God maakte de twee grote lichten” [zon en maan] (1:16)

“En de stad heeft de zon en de maan niet nodig” (21:23)

“En de duisternis noemde Hij nacht” (1:5)

“En er zal geen nacht zijn” (22:5)
“En het samengevloeide water noemde Hij zeeën” (1:10) “En de zee was er niet meer” (21:1)
“Een rivier kwam voort uit Eden om de hof te bevochtigen” (2:10) “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam” (22:1)
“De aardbodem is omwille van u vervloekt” (3:17) “En geen enkele vervloeking zal er meer zijn” (22:3)
“Want stof bent u en u zult tot stof terugkeren” (3:19)

“En de dood zal er niet meer zijn” (21:4)

“De weg naar de boom des levens wordt bewaakt” (3:24) “Zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens en de stad mogen binnengaan” (22:14)
“En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.” (3:15) “En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.” (20:10)

Sluiten